Zoet-zoutovergangen Volkerak-Zoommeer - Afgeronde Delta Case

Als het Volkerak-Zoommeer weer zout wordt, dan vraagt dit om oplossingen voor zoet-zout overgangen. Hoe en waar kunnen we die het beste toepassen, rekening houdend met alle effecten? Met die vraag klopten Rijkswaterstaat, provincie Noord-Brabant en Waterschap Brabantse Delta aan bij het Delta Platform. Om de optimale oplossing te vinden met oog voor zowel veiligheid, economie als ecologie, heeft het Delta Platform een living lab opgezet.

 

De case is inmiddels afgerond. Studenten van drie hogescholen en twee universiteiten ontwikkelden samen met experts verschillende concepten. Het doel was om robuuste en wereldwijd toepasbare oplossingen te vinden voor zoet-zout overgangen. De kennisvragen spitsten zich toe op het gebied rondom het Volkerak Zoommeer. De studenten maakten gebruik van bestaande technieken voor zoet-zout scheiding; deels innovatief, deels bewezen. Ze onderzochten waar deze kunnen worden toegepast en welke alternatieven er zijn, waarbij ze een optimale mix tussen economie, ecologie en veiligheid nastreefden.

 

 

Partners

Rijkswaterstaat, waterschap Brabantse Delta, Provincie Noord-Brabant zijn probleemeigenaar. De groep partners bestaat uit studenten van Hogeschool Zeeland, Van Hall Larenstein, TU Delft, Universiteit van Utrecht en Wageningen Universiteit (WUR).

Studenten zijn zelf op zoek gegaan naar de benodigde kennis(instellingen). Ze zijn hierbij geholpen door het netwerk van de vraagstellende partijen.

 

Rol Delta Platform

  • Het ondersteunen bij het formuleren van de kennisvragen;
  • Afstemmen van de informatiebehoefte van de opdrachtgevers;
  • Betrekken van diverse kennisinstellingen;
  • Contact leggen tussen studenten en experts van de verschillende opdrachtgevers;
  • Organiseren van bijeenkomsten;
  • Verspreiden van de informatie via netwerk en website;
  • Evalueren van het proces en resultaat.

 

Stand van zaken

De case is opgezet als een competitie. Op basis van opdrachtbeschrijvingen konden studenten intekenen en aan de slag (31 maart 2016). Op de eindbijeenkomst (22 juni 2016) pitchten de beste drie hun plan en werd de winnaar bekendgemaakt. De presentatie van HZ studenten sprong het meest in het oog, met daarin het omdenken naar Growing with Nature. Als het verwachte resultaat het opdoen van nieuwe ideeën was, dan is de juiste aanpak gekozen.

 

Mogelijk vervolg

Er liggen nu drie bruikbare concepten die getoetst moeten worden op technische en financiële haalbaarheid. Pas daarna kan hierover een goede uitspraak worden gedaan. Het energie concept zou ingebed kunnen worden in een programma, bijvoorbeeld bij Zee en Delta (Grevelingen) of bij het Corporate Innovatie Programma op het gebied van energie. Voor de natuur/voedsel/ruimtelijke inrichting kan samen met de Achteroever Wieringermeer (ecologische proeftuin) worden verkend hoe hier verder vorm aan te geven is. Vanuit het perspectief van Rijkswaterstaat zijn geen van de ideeën direct bruikbaar.

 

Lessons learned

  • De opdrachten moeten worden gehangen aan meer concrete cases. In geval van VZM was sprake van een waarschijnlijk hypothetische case.
  • Prioriteiten moeten duidelijk worden gelegd. De opdrachtformulering zou concreter moeten zijn, hiermee verlies je wellicht wel de maximale creativiteit bij het uitwerken van de opdrachten.
  • Opdrachtgevers moeten zich meer committeren aan de case.
  • Voor studenten was het een leerzame case, door de kennismaking met opdrachtgevers en de grote mate van inventiviteit die er van hen werd verwacht. Beter zou zijn indien dit een opstap is naar een verdieping van de case.
  • Betere inzet van andere communicatiemiddelen zoals video conference of skype.
  • De communicatie naar en vooral vanuit de studenten moet beter; begeleiders vanuit de opleidingen moeten meer druk zetten op een actieve houding ook aan het begin van het proces. Nu kwamen de vragen in de laatste week pas binnen, dan is het moeilijk om daarop adequaat te reageren.
  • Het gelijkschakelen van het niveau van studenten moet beter.

Volg ons