Als Roberta Hofman in haar jeugd een school-tv programma ziet over scheikunde is de kiem voor haar toekomst gelegd. Nu combineert ze drie verschillende rollen in de watersector: als onderzoeker, als begeleider van studenten en als adviseur bij De Watertelefoon. Daarnaast schrijft ze wetenschappelijke artikelen, en maakt ze tijd vrij om uitleg te geven aan het grote publiek. ‘Een kruistocht in labjas’, volgens haar kinderen.

Dat klinkt strijdlustig. Wat moeten we ons daarbij voorstellen?

Waterbewustzijn is een belangrijk punt. Mensen realiseren zich te weinig welke soorten water er zijn en waar die voor dienen. Zo wordt drinkwater vaak verward met oppervlaktewater. Ik sta open voor vragen van journalisten om mensen bewuster te maken. Op sociale media bijvoorbeeld gaan verhalen rond dat kraanwater in Nederland niet veilig of schoon genoeg is. Het zou zwaar verontreinigd zijn. Dure waterfilters zouden dat gif eruit halen. Onzin, want kwaliteit van ons drinkwater is goed. Ik bemoei me graag met dit soort zaken. Vrouwentijdschrift Libelle heeft er een verhaal heb over geschreven.

Goed dat ze u weten te vinden. Wat zijn uw huidige functies?

Associate lector Water bij het Lectoraat Innovative Testing in Life Sciences & Chemistry bij de hogeschool Utrecht. Daar combineer ik onderzoek met onderwijs. Ik werk als principal scientist bij KWR Water Research Institute bij het team waterbehandeling en resource recovery. En ik ben visiting scientist bij de vakgroep Environmental Technology bij de WUR.

Een flink pakket.

Ja, en ik heb er nog een paar ‘hobby’s’ bij. Zo zit ik in de redactieraad van twee bladen, waaronder H2O Waternetwerk. Ook voer ik redactie van Nederlandstalige vakartikelen van KWR die naar buiten gaan. En ik ben lid van De Watertelefoon, het noodnummer voor drinkwaterbedrijven, en het Crisis Expertteam milieu en drinkwater (CET-md).

Hoe versterken al die functies elkaar?

Vanuit KWR heb ik een netwerk met drinkwaterbedrijven en waterschappen. Vanuit de Hogeschool Utrecht ben ik aangesloten bij het Lectorenplatform Water, andere hogescholen en universiteiten. Daar, en ook in Wageningen, heb ik te maken met studenten. Alles bij elkaar heb ik een heel groot netwerk. Een groot web met veel contacten dat helpt bij het van de grond krijgen van projecten, bij het zien waar problemen zitten, en waar ik mogelijk een oplossing kan vinden.

Van huis uit bent u chemicus. Waar kwam die belangstelling vandaan?

Die interesse ontstond al op de basisschool. Op school-tv zag ik een programma over scheikunde. Dat vond ik interessant. Later zag ik een serie over de onderzoekster Madame Curie. Een vriendin van mijn moeder zei altijd al dat scheikunde echt een vak voor mij was. Ze had gelijk!

Een studie scheikundige technologie was dus een logische stap na de middelbare school?

Ja, ik ging naar de TU Eindhoven. Daar ben ik afgestudeerd in organische chemie. Ook ben ik daar gepromoveerd op een project met polymeerchemie wat samenhing met waterverdunbare verf. In die tijd werd bekend dat oplosmiddelen tot ziektes leidde bij schilders. En ook vanwege het milieu wilden ze over naar milieuvriendelijker verf. Daar had mijn promotieonderzoek mee te maken.

Wat is uw expertise?

Conventionele waterbehandelingstechnieken, oxidatie/reductietechnieken, filtratie/adsorptieprocessen, hergebruik van grondstoffen, Levenscyclus Analyse (LCA) duurzaamheidsonderzoek. Samengevat: conventionele en moderne technieken voor waterzuivering, en hergebruik van water en van stoffen uit het water.

Van chemie naar water, hoe is dat verlopen?

Toen ik na mijn promotie bij AkzoNobel begon, werkte ik aan zwangerschapstesten en aidstesten. Dat had nog enig maatschappelijk nut. Naarmate de tijd vorderde ging het meer en meer over winst maken. Dat stond me tegen. Toen bij een reorganisatie de researchgroep werd opgeheven, hoorde ik van een vacature bij KWR. Ik heb daarop gereageerd en gezegd: ‘Ik weet wat je allemaal in het water kunt gooien, misschien kan ik het er ook wel uit krijgen’. Zo ben ik daar terechtgekomen.

Wat neemt u mee uit uw tijd in de chemie naar de watersector?

Mijn kennis over chemie en industrie, waaronder de farmaceutische sector. In de waterwereld wordt daar soms te simpel over gedacht. Zoals bij de wens biologisch afbreekbare medicijnen te ontwikkelen. Dit complexe proces leidt vaak maar tot één bruikbare stof tegen een ernstige ziekte. Als dat een stof is die het milieu schaadt, moet je het dan maar niet op de markt brengen? Inzicht in deze industrieën helpen ons om realistische verwachtingen te scheppen.

Wat is er zo mooi aan werken met water?

Water raakt iedereen, het is maatschappelijk relevant. Ik denk dat we als onderzoekers zoveel mogelijk naar buiten moeten treden. Daarom werk ik zo graag bij de hogeschool. Opleiden en motiveren van studenten is hard nodig. Ik wil ze laten zien hoe interessant de watersector is zodat ze het stokje overnemen.

Daarnaast staan we voor veel uitdagingen. Vervuiling, klimaatverandering, drinkwater, verzilting.

Inderdaad. Er spelen veel problemen die vragen om een systemische aanpak. Ik vergelijk het wel eens met een kluwen garen. Als je een knoopje uit een kluwen garen wil halen, moet je er niet zomaar aan gaan trekken want dan krijg je nog meer knoopjes. Je moet het hele systeem bekijken en uit elkaar pluizen om daar oplossingen voor te vinden.

Aan welke aansprekende projecten werkt u op dit moment?

Medicijnresten en PFAS verwijderen uit het water en ook nano- en microplastics. En hergebruik van water uit de watercyclus, regenwateropvang. Bij het ene onderzoek ben ik project- of onderzoeksleider, bij het andere ben ik onderzoeker.

En bent u betrokken bij een living lab?

In de Utrechtse Heuvelrug kijken we naar de waterhuishouding in het gebied. Daar ben ik vanuit Hogeschool Utrecht bij betrokken.

Vervuiling, klimaatverandering, geen toegang tot schoon drinkwater, verzilting. Dit zijn allemaal waterproblemen. Welke is volgens u het meest zorgwekkend?

De politiek. De Kaderrichtlijn water had al in 2015 moeten worden geïmplementeerd. Na twee keer uitstel is er nog bijna niks gebeurd. En ook nu krijgt dit geen prioriteit. Terwijl het een groter probleem lijkt te worden dan stikstof. Stikstof is een onderdeeltje van het waterprobleem. Maar het gaat ook om het voorkomen van vervuiling, en daarbij spelen wetgeving en vergunningverlening een grote rol. Daarnaast is klimaatverandering een uitdaging.

Wat is uw motivatie om aan te sluiten bij Lectorenplatform Water?

Vanwege het brede netwerk over heel Nederland van mensen die allemaal onderzoek doen. Samenwerken kan enorm versterken. Elk lid van dit platform heeft eigen expertise. Als je dat samenbrengt, geef je onderzoeken een enorme boost. Hogeschool Utrecht houdt zich nog niet lang bezig met water. We willen laten zien dat we nu ook meedoen. Verder is het misschien mogelijk studenten uit te wisselen.

Wat doet u in uw vrije tijd?

Schermen. En lezen. Op dit moment ben ik bezig met Niet het einde van de wereld van Hannah Ritchie. Er gaat veel mis in de wereld, maar sommige dingen gaan ook goed. Een positief verhaal.

Roberta Hofman

Dr.ir. Roberta Hofman

Associate lector